Blocksyl

In de 15e eeuw werd er al over “Blocksyl” (zoals de Vishandel) gesproken. In 1581 werd de plaats versterkt. Rond 1600 kreeg Blokzijl van prins Maurits allerlei privileges, zoals het benoemen jaarlijks op 1 januari van drie eigen gedeputeerden, later burgemeester genoemd. In 1610 trokken de Staten van Overijssel deze rechten weer in, omdat de prins hun consent niet had gevraagd. In Blokzijl ligt een oude zeesluis die al in de 16e eeuw de monding vormde van de Steenwijker Aa. Vooral de turf, die in het achterland gewonnen werd, zorgde voor veel bedrijvigheid. Johan de Ligny, Graaf van Aremberg, Stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel, mag genoemd worden als grote stimulator van deze omgeving. Hij liet de toegangsvaarten verbeteren en een havenkom aanleggen ten behoeve van de handel. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de plaats door Diederick van Sonoy in 1581 versterkt, om zo aan de oostzijde van de Zuiderzee een steunpunt voor de Staatse vloot en een uitvalsbasis voor de troepen tegen de Spanjaarden te krijgen. De naam Blokzijl, ofwel versterkte sluis, is toen ontstaan. Blokzijl was een lange tijd onder Spaans bewind en in die tijd ging het Blokzijl voor de wind. De plaats lag aan een kanaal dat toegang gaf aan de Zuiderzee en was een belangrijk handelspunt. Blokzijl verkreeg in 1672 stadsrechten van Prins Willem III. In 1674 protesteerde de drost van Vollenhove. De Staten van Overijssel weigerden toen om de rechten te bevestigen. In 1675 werden de stadsrechten weer ingetrokken en viel Blokzijl weer onder het schoutambt Vollenhove. Bron: Wikipedia